Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1760.
40. Voorzover de gebezigde bewijsmiddelen telkens inhouden op welke data de aangiftebiljetten zijn ondertekend, klaagt het middel er terecht over dat zij in zoverre niet redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Op het moment waarop de aangifte onjuist wordt ingevuld kan sprake zijn van het delict van art. 225, eerste lid, Sr, maar nog niet van het delict van art. 68, eerste lid aanhef en onder a (oud), AWR (vgl. Wattèl, Fiscaal straf- en strafprocesrecht, 2e, p. 166). Het niet redengevende gedeelte van de bewijsmiddelen is in het kader van de overige, wel redengevende feiten en omstandigheden bevattende inhoud van de bewijsmiddelen van zodanig ondergeschikt belang dat dit een behoorlijke motivering van de bewezenverklaring evenwel niet in de weg staat (vgl. HR 23 oktober 1990, DD 91.073; HR 6 oktober 1998, NJ 1998, 912).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adc45eaeca6d9a32a74dc5349f83ea79f29cc7f68bee50478488de0e8ea9b66e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adc45eaeca6d9a32a74dc5349f83ea79f29cc7f68bee50478488de0e8ea9b66e, en de alinea staat in dat document op bytes 30978 tot 31827.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/adc45eaeca6d9a32a74dc5349f83ea79f29cc7f68bee50478488de0e8ea9b66e | shasum -a 256