Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1761.
9. Nu [A] BV de inhoudingsplichtige is, rijst allereerst de vraag of verzoeker - die wordt vervolgd ter zake van het feitelijk leiding geven aan de door het accountantskantoor waarin hij vennoot is gepleegde medeplichtigheid aan de door [A] BV gepleegde belastingfraude - zou kunnen meeprofiteren van een eventueel succesvol beroep door [A] BV op art. 68, derde lid (oud), AWR.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec60751c4c7e915f44686b13721170844081b60cb0b80d677e7b564ffa48e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec60751c4c7e915f44686b13721170844081b60cb0b80d677e7b564ffa48e73, en de alinea staat in dat document op bytes 12276 tot 12667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ec60751c4c7e915f44686b13721170844081b60cb0b80d677e7b564ffa48e73 | shasum -a 256