Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1761.

39. Voorzover het zesde middel erover klaagt dat het arrest aan nietigheid leidt omdat de in de bewezenverklaring genoemde data de data zijn waarop - volgens bewijsmiddel 10 - de aangiftebiljetten ingevuld en ondertekend bij de fiscus zijn terug ontvangen, terwijl inlevering van de biljetten op die data niet is bewezenverklaard, berust het op een onjuiste lezing van de bewezenverklaring. Deze houdt immers in dat [A] BV in de periode van 29 april 1994 tot en met 7 oktober 1994 onjuiste en/of onvolledige aangiften heeft gedaan doordat zij de aangiftebiljetten waarin ten onrechte geen bedrag aan loonbelasting en premie volksverzekeringen was opgegeven bij de Inspecteur der belastingen althans de belastingdienst heeft ingeleverd op 29 april, 13 juni, 24 juni, 22 juli, 20 september en 7 oktober 1994, zijnde de data die in bewijsmiddel 10 worden genoemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec60751c4c7e915f44686b13721170844081b60cb0b80d677e7b564ffa48e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec60751c4c7e915f44686b13721170844081b60cb0b80d677e7b564ffa48e73, en de alinea staat in dat document op bytes 30534 tot 31407.