Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1761.
40. Voorzover het vijfde middel erover klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet blijkt dat de medeplichtigheidshandelingen zijn verricht op de tijdstippen als in de bewezenverklaring is vermeld, faalt het. Als tijdstip waarop de medeplichtigheidshandelingen hebben plaatsgehad geldt niet alleen het tijdstip waarop die handelingen werden verricht, maar ook de tijdstippen waarop de misdrijven werden gepleegd waarop die medeplichtigheidshandelingen betrekking hadden, te weten 29 april, 13 juni, 24 juni, 22 juli en 20 september 1994 (vgl. HR 18 februari 1997, NJ 1997, 628).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec60751c4c7e915f44686b13721170844081b60cb0b80d677e7b564ffa48e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec60751c4c7e915f44686b13721170844081b60cb0b80d677e7b564ffa48e73, en de alinea staat in dat document op bytes 31427 tot 32022.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ec60751c4c7e915f44686b13721170844081b60cb0b80d677e7b564ffa48e73 | shasum -a 256