Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1761.

41. Voorzover de gebezigde bewijsmiddelen telkens inhouden op welke data de aangiftebiljetten door [A] BV zijn ondertekend, klagen het vijfde en het zesde middel er terecht over dat zij in zoverre niet redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Op het moment waarop de aangifte onjuist wordt ingevuld kan sprake zijn van het delict van art. 225, eerste lid, Sr, maar nog niet van het delict van art. 68, eerste lid aanhef en onder a (oud), AWR (vgl. Wattèl, Fiscaal straf- en strafprocesrecht, 2e, p. 166). Het niet redengevende gedeelte van de bewijsmiddelen is in het kader van de overige, wel redengevende feiten en omstandigheden bevattende inhoud van de bewijsmiddelen echter van zodanig ondergeschikt belang dat dit een behoorlijke motivering van de bewezenverklaring niet in de weg staat (vgl. HR 23 oktober 1990, DD 91.073; HR 6 oktober 1998, NJ 1998, 912).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec60751c4c7e915f44686b13721170844081b60cb0b80d677e7b564ffa48e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec60751c4c7e915f44686b13721170844081b60cb0b80d677e7b564ffa48e73, en de alinea staat in dat document op bytes 32042 tot 32922.