Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1763.

"Art. 36e, derde lid, Sr schrijft voor dat indien de betrokkene is veroordeeld wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd terwijl tegen de betrokkene een SFO is ingesteld, bij de beoordeling van de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ook voordeel in aanmerking genomen mag worden indien gelet op dat onderzoek aannemelijk is dat ook andere strafbare feiten zelfs al heeft de betrokkene die feiten niet zelf begaan op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de betrokkene daaruit wederrechtelijk zodanig voordeel heeft verkregen" (curs.v.NJ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100c8287f909f6cfced67db1a136fcb0cc6d9a91bc9edc8a66e459dbafae2fbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100c8287f909f6cfced67db1a136fcb0cc6d9a91bc9edc8a66e459dbafae2fbd, en de alinea staat in dat document op bytes 12968 tot 13597.