Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1763.
16. Hieruit maak ik op dat de ontnemingsvordering (mede) is gebaseerd op art. 36e, derde lid, Sr. Indien op grond daarvan wederrechtelijk verkregen voordeel wordt ontnomen, ligt daarin expliciet noch impliciet het oordeel besloten dat verzoeker, niettegenstaande de vrijspraak, schuldig is aan de strafbare feiten die tot dat voordeel hebben geleid. Dit betekent dat het aldus ontnemen van dergelijk wederrechtelijk verkregen voordeel niet in strijd komt met de onschuldpresumptie.(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100c8287f909f6cfced67db1a136fcb0cc6d9a91bc9edc8a66e459dbafae2fbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100c8287f909f6cfced67db1a136fcb0cc6d9a91bc9edc8a66e459dbafae2fbd, en de alinea staat in dat document op bytes 15299 tot 15796.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/100c8287f909f6cfced67db1a136fcb0cc6d9a91bc9edc8a66e459dbafae2fbd | shasum -a 256