Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1763.
23. Nu niet duidelijk is of de coffeeshop werd gedoogd, en evenmin duidelijk is welke hoeveelheden daar werden verkocht, behoef ik geen standpunt in te nemen (en laat ik daarom de tweede klacht onbesproken) over de meer principiële vraag of voordeel mag worden ontnomen verkregen uit softdrugshandel die officieel wordt gedoogd maar die niettemin een strafbaar feit oplevert: is dat voordeel nu wel of niet wederrechtelijk verkregen? Tezamen met de achterdeurproblematiek is dit een van de problemen waar de politiek niet goed raad mee weet (en waar het buitenland tureluurs van wordt), en waarvan men de vraag mag stellen of die nu juist op het bordje van de rechter mag worden gelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100c8287f909f6cfced67db1a136fcb0cc6d9a91bc9edc8a66e459dbafae2fbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100c8287f909f6cfced67db1a136fcb0cc6d9a91bc9edc8a66e459dbafae2fbd, en de alinea staat in dat document op bytes 18522 tot 19223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/100c8287f909f6cfced67db1a136fcb0cc6d9a91bc9edc8a66e459dbafae2fbd | shasum -a 256