Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1817.
Met betrekking tot art. 131 Sr is opgemerkt: ”De Regering zoekt het criterium der openbaarheid (…) niet zoo zeer in de toegankelijkheid der plaats waar het feit geschiedt, als wel in de omstandigheid dat het feit wordt gepleegd in het publiek, dat wil zeggen dat het wordt waargenomen door personen, wier toevallige tegenwoordigheid mogt worden vermoed.” De minister wees er nadrukkelijk op dat de “publiciteit bij opruijing en beleediging” moet worden onderscheiden van de openbaarheid zoals die bij schennis van de openbare eerbaarheid dient te worden opgevat. Bij opruiïng en belediging “is voor de publiciteit niet noodig dat ook de plaats waar de dader zich bevindt eene publieke plaats was; het is volkomen voldoende dat hetgeen hij deed of zeide, op eene publieke plaats waarneembaar, hoorbaar was; wie, staande binnenshuis, door een geopend raam de volksmenigte toespreekt, valt, als hij opruit, onder art. 140, als hij, ook een afweezige, beleedigt, onder art. 285” (de verwijzing is naar de nummering in het Oorspronkelijk Regeeringsontwerp, overeenkomend met art. 131, respectievelijk art. 266 in het uiteindelijk vastgestelde wetboek, JW). De minister wenste dit “op de allereenvoudigste wijze uit te drukken door de woorden: “in het openbaar” (H.J. Smidt, Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht, 1881, p.68-69).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101, en de alinea staat in dat document op bytes 15319 tot 16682.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101 | shasum -a 256