Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1817.

16. In de kern beschouwd komt dit er op neer dat beledigende uitlatingen over een groep mensen wegens hun ras et cetera (art. 137c Sr), uitingen waardoor wordt aangezet tot haat van, of discriminerend of gewelddadig optreden tegen, mensen wegens hun ras enzovoorts (art. 137d Sr), of uitlatingen die jegens een bepaalde persoon beledigend zijn (art. 266 Sr) ‘in het openbaar’ zijn gedaan indien de gerede mogelijkheid bestaat dat ze door andere personen dan behorend tot een besloten kring worden opgevangen, vgl. ook HR NJ 1956, 309 met betrekking tot het inmiddels vervallen art. 137a Sr: door een artikel naar de redactie van een dagblad te sturen, die het vervolgens publiceert, laat men zich in het openbaar uit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101, en de alinea staat in dat document op bytes 17495 tot 18230.