Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1817.
18. Voor zover de klachten aldus zouden moeten worden begrepen dat het Hof ten onrechte heeft aangenomen dat verzoeker zich bewust is geweest van de mogelijkheid dat de door hem gesproken woorden aan anderen dan de op de bijeenkomst aanwezige genodigden bekend zouden worden, of ten onrechte is voorbijgegaan aan het verweer dat verzoeker daarmee geen rekening behoefde te houden, heeft het volgende te gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101, en de alinea staat in dat document op bytes 19814 tot 20237.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101 | shasum -a 256