Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1817.

19. In het algemeen wordt aangenomen dat het opzet alleen gericht behoeft te zijn op de delictsbestanddelen die volgen na het woord ‘opzettelijk’, en dat de wetgever, door de plaatsing van dat woord met zorg te kiezen, tot uitdrukking brengt over welke omstandigheden het opzet van de verdachte zich niet bewijsbaar behoeft uit te strekken, vgl. Hazewinkel-Suringa/Remmelink, Inleiding tot de studie van het Nederlandse Strafrecht (15de druk), paragraaf 2.3.7.1, en J. de Hullu, Materieel strafrecht (2000), paragraaf IV.2.3.1.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101, en de alinea staat in dat document op bytes 20276 tot 20820.