Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1817.

21. Bovendien zou men zich situaties kunnen voorstellen waarin een geheel ‘geobjectiveerd’ begrip van de openbaarheid bij deze strafbaarstellingen daaraan een te ruim bereik geeft. Zo het geval waarin tijdens een voor iedereen toegankelijke bijeenkomst woorden worden gesproken die zonder enige twijfel aanzetten tot gewelddadigheid, haat of discriminatie maar op zodanige wijze - zonder stemverheffing, buiten bereik van de media, duidelijk alleen bestemd voor geestverwanten in de directe omgeving van de spreker - dat niet valt aan te nemen dat het de bedoeling is geweest met die woorden het publiek te bewerken. Er is veel voor te zeggen het gefluisterde onderonsje tussen medewerkers aan een bijeenkomst, hoe stuitend het gesprokene ook kan zijn en hoezeer de bijeenkomst ook tendeert naar het schofferen van personen wegens hun ras of naar het aantasten van het openbaar gezag, buiten het strafbare te houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101, en de alinea staat in dat document op bytes 21935 tot 22868.