Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1817.

Men kan ook denken aan het geval waarin de verdachte opgeeft in de stellige overtuiging te hebben verkeerd dat hij zijn woorden (die zeker geschikt zijn anderen aan te zetten als bedoeld in de art. 131 of 137d Sr) sprak tijdens een strikt besloten bijeenkomst, en inderdaad aannemelijk is dat buiten medeweten van de verdachte in de hand is gewerkt dat het gesprokene verdere verspreiding zou krijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101, en de alinea staat in dat document op bytes 22876 tot 23290.