Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1817.

Daarom zou ik er een voorkeur voor hebben bij de onderhavige misdrijven in de bewijsmiddelen geen enkel verband te leggen met wat de verdachte wist, of moet hebben beseft, omtrent de mogelijkheid dat zijn opruiende of tot haat, discriminatie of geweld jegens personen wegens hun ras aanzettende uitingen publiekelijk bekend zouden worden; te volstaan met bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de uitlatingen op enigerlei wijze in openbaarheid zijn gekomen, en pas naar aanleiding van het verweer dat de verdachte in redelijkheid kon menen dat zijn uitlatingen geen verdere verspreiding zouden krijgen dan een besloten kring te onderzoeken of hij zich op afwezigheid van alle schuld kan beroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101, en de alinea staat in dat document op bytes 25222 tot 25926.