Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1817.

25. Voor zover verlangd zou moeten worden dat uit de bewijsmiddelen kan blijken dat degene die uitlatingen heeft gedaan als bedoeld in de art. 137c en 137d Sr zich in enige mate bewust is geweest van de mogelijkheid dat die uitlatingen ter kennis van het publiek zouden komen, komt die bewustheid naar mijn oordeel in voldoende mate naar voren in bewijsmiddel 1. In zoverre de bewezenverklaring ziet op het misdrijf, strafbaar gesteld in art. 266 Sr, drukt dit bewijsmiddel naar mijn inzicht uit dat verzoeker zich bewust heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat zijn beledigende woorden verdere verspreiding zouden krijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57d1b04dfb5a5b33f54143f790c6308bf8f9f3027f51faeb3ff86d465b3d4101, en de alinea staat in dat document op bytes 27574 tot 28219.