Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2001

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1844.

7.2.6. Verder geldt binnen de rechterlijke macht de ongeschreven regel dat een rechter zich niet inlaat met zaken van personen of lichamen die hij voorheen als advocaat of adviseur heeft bijgestaan of voor wie hij in andere zin werkzaam is geweest (bij voorbeeld als bedrijfsjurist), met zaken waarin een oud- collega optreedt van het kantoor waarvoor hij werkzaam is geweest, etc.(13) Een dergelijke relatie zal echter in het algemeen met het verloop van de tijd vervluchtigen. Veelal neemt men daarvoor een termijn van drie à vijf jaar aan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/129cc017257172acc924db404d64d13c5467fe46e89671ada01ee71cc974ea10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 129cc017257172acc924db404d64d13c5467fe46e89671ada01ee71cc974ea10, en de alinea staat in dat document op bytes 24572 tot 25134.