Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2001

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1844.

7.2.7. Het lijkt mij dat een rechter evenmin behoort op te treden in zaken van een publiekrechtelijk lichaam waarin hij een in het verleden een bestuurlijke functie heeft vervuld. Dat geldt - wat waterschappen e.d. betreft - zeker indien hij lid is geweest van het dagelijks bestuur van een waterschap. Gaat het om een lidmaatschap van een algemeen bestuur, dan zou wellicht een minder streng standpunt kunnen worden ingenomen, omdat het lidmaatschap van een dergelijk bestuur veelal een vertegenwoordigend karakter heeft en te vergelijken is met het lidmaatschap van een gemeenteraad of van provinciale staten.(14) Ook dan zal hij zich echter behoren te onthouden van kwesties waarbij hij op enigerlei wijze betrokken is geweest.(15) Hield de functie feitelijk meer in - bij voorbeeld ook advisering van het dagelijks bestuur, zie hiervoor, par. 7.1.3. - dan is er, lijkt mij, al snel reden om zich als rechter niet in te laten met zaken van dat waterschap en kan de vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd zijn. Ook hier geldt echter weer, dat het belang van de relatie veelal afneemt, naar mate de tijd verstrijkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/129cc017257172acc924db404d64d13c5467fe46e89671ada01ee71cc974ea10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 129cc017257172acc924db404d64d13c5467fe46e89671ada01ee71cc974ea10, en de alinea staat in dat document op bytes 25142 tot 26287.