Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1944.

22. Daarnaast maakt de steller van het middel bezwaar tegen de omstandigheid dat het hof hier het speculatieve karakter van de transactie als onderscheidend criterium naar voren haalt voor zijn oordeel dat er sprake is van soortgelijkheid . Die klacht treft mijns inziens geen doel. Het hof acht het speculatieve karakter niet het onderscheidend criterium, maar komt op grond van de diverse kenmerken van de bewezenverklaarde transacties, waarvan het speculatieve karakter en één is, tot de slotsom dat het hier gaat om soortgelijke transacties. Het speculatieve karakter is in zoverre belangrijk, dat daaruit volgt dat het hier gaat om een vorm van beleggen van gelden die, zoals ook ten aanzien van diverse in de wet met name genoemde effecten als aandeelbewijzen en optiebewijzen, in speculatieve vorm pleegt plaats te vinden. Het hof komt, uitgaande van die verwantschap, op grond van de overige kenmerken van de transactie - in het bijzonder ook de gelijkenis met termijncontracten - tot het oordeel dat er sprake is van transacties in soortgelijke waardepapieren of soortgelijke rechten als bedoeld in art. 1 Wte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf139a4f85c7640d32870182fff73fc57fe1abb720a1de37d45a69b1a71a448e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf139a4f85c7640d32870182fff73fc57fe1abb720a1de37d45a69b1a71a448e, en de alinea staat in dat document op bytes 29863 tot 30999.