Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1944.

“(…) geen bemiddelaar (is) geweest in de zin van de Wte 1991. Door de schriftelijk door verdachte daartoe gemachtigde, [betrokkene E], is ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat verdachte zich slechts bezig hield met het informeren en de begeleiding van cliënten en niet met bemiddeling. De cliënten hadden immers hun geld reeds bij [..] A.G. (hierna te noemen: [tussenpersoon]) ondergebracht voor het aangaan van de spot-forextransactie. Voorts blijkt uit correspondentie tussen verdachte en de Stichting Toezicht Effectenverkeer (hierna te noemen: STE) d.d. 28 september en 7 oktober 1994, dat de STE van oordeel is dat de door verdachte verrichte werkzaamheden niet vallen onder de reikwijdte van de Wte 1991 en verdachte derhalve niet onder het verbod van artikel 6 van de Wte 1991 valt. Verdachte dient in zoverre te worden vrijgesproken.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf139a4f85c7640d32870182fff73fc57fe1abb720a1de37d45a69b1a71a448e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf139a4f85c7640d32870182fff73fc57fe1abb720a1de37d45a69b1a71a448e, en de alinea staat in dat document op bytes 38967 tot 39842.