Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001
Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1944.
“ Onder effectenbemiddelaar wordt in de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wte 1991 (Tweede Kamer 1988-1989, 21038, nummer 3, blz. 18 onder b) verstaan: ‘(…) een rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf betrokken is bij de totstandkoming van effectentransacties’. Nu verdachte cliënten van advies heeft gediend en in het bezit was van een volmacht om in voorkomende gevallen in naam van de cliënt te kunnen handelen, terwijl verdachte telkens een percentage van het inleggeld van de desbetreffende cliënt ontving, is het hof tevens van oordeel dat de diensten die door verdachte werden verricht, moeten worden beschouwd als bemiddeling in de zin van artikel 1 aanhef onder b van de Wte 1991 en verdachte mitsdien diende te beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 6 van die wet. Het hof verwerpt het verweer.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf139a4f85c7640d32870182fff73fc57fe1abb720a1de37d45a69b1a71a448e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf139a4f85c7640d32870182fff73fc57fe1abb720a1de37d45a69b1a71a448e, en de alinea staat in dat document op bytes 39932 tot 40849.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf139a4f85c7640d32870182fff73fc57fe1abb720a1de37d45a69b1a71a448e | shasum -a 256