Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1947.

12. In het onderhavige geval, waarin het verzoek in subsidiaire, voorwaardelijke, vorm was gedaan, en de beslissing daarop geheel afhankelijk was van de gegrondheid van het in primaire vorm gevoerde bewijsverweer (terwijl het Hof zeker de vrijheid had de verwerping van dat bewijsverweer in de aanvulling op het arrest op te nemen), meen ik evenwel niet dat het weergeven van de beslissing op het verzoek in de aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen, in plaats van in het verkort arrest, tot nietigheid van de bestreden uitspraak moet voeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41aed143c8dd59f2d2dba1150d56c30e6a55ceedd19fcb5d08d9d5669af7ff27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41aed143c8dd59f2d2dba1150d56c30e6a55ceedd19fcb5d08d9d5669af7ff27, en de alinea staat in dat document op bytes 14884 tot 15448.