Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2018.

3.7 Een andersluidende opvatting zou er (bovendien) toe leiden dat we in het procesrechtelijke moeras terecht zouden komen wanneer een der partijen ontevreden zou zijn met het eindvonnis van de Rechtbank. Welk rechtsmiddel zou zij daartegen - gesteld het zou openstaan en gesteld dat in casu toepassing zou kunnen worden gegeven aan art. 401a lid 2 Rv. - moeten aanwenden? Hoger beroep, hoewel inmiddels vaststaat dat het Hof meent dat zulks niet kan? Cassatieberoep, hoewel een wettelijke basis daarvoor ontbreekt?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6750cc17acebeea050c06b01b81f04fb1a48b2291eaa26c24cde40a95617d29f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6750cc17acebeea050c06b01b81f04fb1a48b2291eaa26c24cde40a95617d29f, en de alinea staat in dat document op bytes 13915 tot 14444.