Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2018.

3.12.2 In de eerste plaats zou de vordering van het slachtoffer zelf en die van zijn nabestaanden door een andere rechter moeten worden beoordeeld. Dat ligt op zich al niet bijster voor de hand. Het zou er bijvoorbeeld toe leiden dat twee procedures naast elkaar kunnen lopen; een van de nabestaanden in hun hoedanigheid van erfgenaam (aldus bij de Kantonrechter de procedure voortzettend van de overledene) en een waarin zij hun eigen schade (in de zin van art. 6:108 BW) vorderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6750cc17acebeea050c06b01b81f04fb1a48b2291eaa26c24cde40a95617d29f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6750cc17acebeea050c06b01b81f04fb1a48b2291eaa26c24cde40a95617d29f, en de alinea staat in dat document op bytes 16335 tot 16831.