Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2018.

3.20 Met name ook tegen de achtergrond van hetgeen hierboven onder 3.12 werd betoogd, is er m.i. geen aanleiding om aan te nemen dat de wetgever heeft gewild dat de Kantonrechter zich moet buigen over vorderingen ter zake van arbeidsongevallen en beroepsziektes van de werknemer zelf en de Rechtbank over vorderingen als bedoeld in art. 6:108 lid 1 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6750cc17acebeea050c06b01b81f04fb1a48b2291eaa26c24cde40a95617d29f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6750cc17acebeea050c06b01b81f04fb1a48b2291eaa26c24cde40a95617d29f, en de alinea staat in dat document op bytes 21722 tot 22088.