Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2019.
In hoger beroep geldt de regel dat wie eenmaal, vóórdat het eindvonnis is gewezen, in zijn hoger beroep tegen een tussenvonnis is ontvangen, in een later stadium van het geding niet meer tegen in dat tussenvonnis voorkomende eindbeslissingen kan opkomen, ook niet voor zover deze in een later vonnis zijn herhaald. Zie HR 14 december 1973, NJ 1974, 347; HR 16 oktober 1992, NJ 1992, 791; HR 24 september 1993, NJ 1994, 299 m.nt. HER; Hugenholtz/Heemskerk, 1998, nr. 177; H.J. Snijders, Civiel Appel, 1999, nr. 77; Losbl. Rv. (Wedeven), aant. 1 bij art. 337; in kritische zin H.W. Wiersma, Tussenoordelen en eindbeslissingen, 1998, nrs. 186 t/m 194. Deze regel kent een uitzondering in het geval het (eerste) beroep tegen het tussenvonnis te laat was ingesteld en daarom niet-ontvankelijk is verklaard (HR 21 juni 1940, NJ 1940, 918). De uitzondering doet zich hier echter niet voor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad06b8fa7b47892d75a9a4a2db39715897920da6acecb1d0f22cae827545e7d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad06b8fa7b47892d75a9a4a2db39715897920da6acecb1d0f22cae827545e7d8, en de alinea staat in dat document op bytes 16287 tot 17184.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad06b8fa7b47892d75a9a4a2db39715897920da6acecb1d0f22cae827545e7d8 | shasum -a 256