Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2019.
Ik meen dat deze regel - verbod van herhaald appel - in cassatie van overeenkomstige toepassing is. De aan de regel ten grondslag liggende ratio geldt mijns inziens onverkort in cassatie. Bovendien duidt de tekst van de wet op overeenkomstige toepasselijkheid. Het verbod van herhaald appel is immers ontwikkeld door rechterlijke interpretatie van art. 337 lid 2 Rv, dat vrijwel gelijkluidend is aan het in cassatie van toepassing zijnde art. 401a lid 2 Rv. Uit de parlementaire geschiedenis van art. 401a Rv blijkt dat het de bedoeling is dat het appelprocesrecht en het cassatieprocesrecht op het punt van de mogelijkheid van tussentijds beroep zo veel mogelijk gelijk zijn. Zie de parlementaire geschiedenis bij de wet van 20 juni 1963, houdende wijziging van de regelen met betrekking tot het geding in cassatie, Stb. 272, TK 1950-1951, 2 079, nr. 3, bij artikel 401a.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad06b8fa7b47892d75a9a4a2db39715897920da6acecb1d0f22cae827545e7d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad06b8fa7b47892d75a9a4a2db39715897920da6acecb1d0f22cae827545e7d8, en de alinea staat in dat document op bytes 18364 tot 19249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad06b8fa7b47892d75a9a4a2db39715897920da6acecb1d0f22cae827545e7d8 | shasum -a 256