Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2020.

4.3 In feitelijke aanleg hebben [eiseres] c.s. niets begrijpelijks te berde gebracht waar het betreft de schade van [eiseres 1] en in het geheel niets met betrekking tot de schade van [eiseres 2] De Rechtbank heeft hen in haar tussenvonnis in duidelijke bewoordingen op deze omissie gewezen. Dat heeft geleid tot een onbegrijpelijke akte en een niet ter zake dienende productie. Hertel heeft hier bij antwoord akte op geattendeerd. In stede van een poging te ondernemen de aangerichte schade te repareren, hebben [eiseres] c.s. (of hun advocaat) vonnis gevraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0, en de alinea staat in dat document op bytes 17050 tot 17625.