Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2020.
4.4 Men had zich kunnen voorstellen dat de Rechtbank [eiseres] c.s. andermaal in de gelegenheid had gesteld om hun stellingen te onderbouwen en/of een mogelijke (maar gezien de tekst van de akte niet aanstonds in het oog springende) vergissing recht te zetten. Gehouden was zij daartoe m.i. niet(2), zeker niet nu Hertel reeds op een ander had gewezen en deze mededeling niet tot enige actie heeft geleid.(3) Hierop stuiten de klachten af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0, en de alinea staat in dat document op bytes 17645 tot 18097.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0 | shasum -a 256