Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2020.
4.9 De geëerde steller van het onderdeel kan worden toegegeven dat de Rechtbank zich in rov. 3 niet geheel gelukkig uitdrukt waar zij spreekt van "inkomensschade die [betrokkene A] (...) zou hebben geleden". Mij lijkt duidelijk dat zij daarmee heeft bedoeld hetgeen hierboven onder 4.8 is vermeld. In de - juiste - benadering van de Rechtbank kwam het immers aan op de vraag wat [betrokkene A] zou hebben bijgedragen aan het levensonderhoud van de nabestaanden, zou hij in leven zijn gebleven. Over die schade is niets concreets te berde gebracht. De Rechtbank heeft daarop in rov. 3 onmiskenbaar het oog. Hierop stuit de onder 4.7.1 weergegeven klacht af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0, en de alinea staat in dat document op bytes 22082 tot 22752.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0 | shasum -a 256