Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2020.
4.15.4 Hier komt nog bij dat de vraag rijst waar de grens zou moeten worden getrokken. Zou een partij ook de gelegenheid moeten krijgen om niet ter zake dienende of volstrekt onjuiste juridische stellingen te vervangen door wel nuttige (uitgaande van de wellicht niet geheel realistische gedachte dat wel sprake moet zijn van een vergissing)? Het zou de bijl zetten aan een enigszins ordelijk en vlot verlopende procedure. Het zou - het verhaal wordt eentonig - ook moeilijk met art. 6 EVRM zijn te rijmen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0, en de alinea staat in dat document op bytes 26246 tot 26765.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0 | shasum -a 256