Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001

Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2020.

4.22 Subonderdeel 2.4 bestrijdt het oordeel van de Rechtbank dat de vordering tot vergoeding van overlijdensschade als onvoldoende onderbouwd moet worden afgewezen. Het voert daartoe aan dat [eiseres] c.s. schadevergoeding op te maken bij staat hebben gevorderd en dat de Rechtbank blijkens rov. 13 van haar tussenvonnis het bestaan van overlijdensschade aannemelijk heeft geacht. Door de vordering niet voor begroting van de omvang van de schade alsnog naar de schadestaatprocedure te verwijzen, maar deze als niet voldoende onderbouwd af te wijzen, heeft de Rechtbank - aldus nog steeds het onderdeel - blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting althans haar overweging onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cecf11de70d17750773ebf0c259f68a74915ed793acb93172714e51805a8ee0, en de alinea staat in dat document op bytes 29292 tot 30005.