Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2060.

3.8. De steller van het middel betoogt nog dat, telkens wanneer een advocaat verklaart dat zijn cliënt afstand doet van rechtsmiddelen, van de rechter ten overstaan van wie die verklaring wordt gedaan moet worden verlangd dat deze onderzoekt of die advocaat door zijn cliënt wel daartoe gemachtigd is. Ik kan de steller van het middel daarin niet volgen. Ik vermag niet in te zien waarom het terrein waarop de advocaat op zijn woord wordt geloofd zou moeten worden ingeperkt tot art. 279 Sv en art. 450 Sv.(1)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbedfb9e442e2a577d8e6ddfea9f4d94e736e5a254b5282f322b84fdf6f64d64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbedfb9e442e2a577d8e6ddfea9f4d94e736e5a254b5282f322b84fdf6f64d64, en de alinea staat in dat document op bytes 11899 tot 12423.