Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2060.
De minister maakte tijdens de mondelinge behandeling een onderscheid tussen de advocaat die als raadsman ter verdediging optreedt en de advocaat die als vertegenwoordiger optreedt. Alleen in de laatste hoedanigheid zou de advocaat afstand van een rechtsmiddel kunnen doen.(4) Zij ontraadde aanvaarding van het amendement-Schutte. De bewindsvrouwe concentreerde zich bij haar bespreking van het amendement echter op het aanbod door de advocaat tot het verrichten van onbetaalde arbeid door zijn cliënt. Zij gaf er blijk van dat art. 279 Sv uitgaat van de veronderstelling dat advocaat en verdachte zo een aanbod hebben besproken en dat als de gemachtigde advocaat zo een voorstel doet hij op zijn woord moet worden geloofd. Aanvaarding van het amendement zou maar weer tot een grotere papierwinkel leiden.(5) Daarop besloot Schutte het amendement in te trekken.(6)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbedfb9e442e2a577d8e6ddfea9f4d94e736e5a254b5282f322b84fdf6f64d64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbedfb9e442e2a577d8e6ddfea9f4d94e736e5a254b5282f322b84fdf6f64d64, en de alinea staat in dat document op bytes 20022 tot 20900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbedfb9e442e2a577d8e6ddfea9f4d94e736e5a254b5282f322b84fdf6f64d64 | shasum -a 256