Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2060.
Naar aanleiding van de arresten van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, de al genoemde Lala en Pelladoah, wordt thans de praktijk gehanteerd dat een advocaat die op de zitting is, het woord mag voeren. Dit wil niet zeggen dat hij alles mag doen wat een verdachte kan doen. Hij mag het woord voeren, maar kan natuurlijk niet namens zijn cliënt formeel instemmen met het doen van dienstverlening of afstand doen van rechtsmiddelen. Kortom, hij kan wel het woord voeren en hij kan een aantal inlichtingen geven, maar of hij dan volledig met verweren en dergelijke mag komen - daarover is nog steeds discussie. Wat hier nu wordt vastgelegd, is dat in feite de advocaat de rechten mag uitoefenen die de verdachte ter zitting ook heeft. Hij treedt niet, zoals bij de kantonrechter, in de plaats van de verdachte, maar hij wordt wel gezien als de vertegenwoordiger die namens de verdachte een aantal handelingen mag verrichten. (7)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbedfb9e442e2a577d8e6ddfea9f4d94e736e5a254b5282f322b84fdf6f64d64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbedfb9e442e2a577d8e6ddfea9f4d94e736e5a254b5282f322b84fdf6f64d64, en de alinea staat in dat document op bytes 21023 tot 21971.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbedfb9e442e2a577d8e6ddfea9f4d94e736e5a254b5282f322b84fdf6f64d64 | shasum -a 256