Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2064.
Blok/Besier benadrukt dat art. 509a Sv een verplichting aan de rechter oplegt wanneer het vermoeden bestaat dat verdachte lijdende is aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis zijner geestvermogens en daarom niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen.(5) De advocaat kan het nemen van die beslissing door een daartoe strekkend verzoek uitlokken. Daardoor kan de advocaat bewerkstelligen dat aan hem alle bevoegdheden toekomen die ook aan verdachte toekomen, zoals het instellen van een rechtsmiddel (art. 509d lid 3 Sv). Art. 509a Sv is volgens Blok/Besier de pendant van art. 16 Sv dat de rechter verplicht om de vervolging te schorsen wanneer de verdachte na het begaan van het feit krankzinnig is geworden.(6) In een beschikking van 5 februari 1980 in het Mentenproces heeft de Hoge Raad evenwel een onderscheid gemaakt in die zin dat onder krankzinnigheid in art. 16 Sv is te verstaan een geestestoestand die verdachte verhindert de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen, terwijl de geestestoestand waarop art. 509a Sv ziet de verdachte niet in staat stelt zijn belangen behoorlijk te behartigen.(7)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171, en de alinea staat in dat document op bytes 14621 tot 15787.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171 | shasum -a 256