Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2064.
Ik realiseer mij meteen dat de grenzen van deze praktische bezwaren daar lijken te liggen waar de betekenis van de uitgereikte inleidende dagvaarding of oproeping niet tot de verdachte is doorgedrongen ten gevolge van een hem niet toe te rekenen geestesgesteldheid, waardoor het verzuim om tijdig hoger beroep in te stellen hem niet kan worden aangerekend. Aldus de Hoge Raad in HR NJ 1998, 577. Mijn ambtgenoot mr Fokkens concludeerde in die zaak in gelijke zin, waarbij hij onder nr. 7 sprak van "het uitzonderlijke geval dat een verdachte zonder raadsman (mijn onderstreping, AM) een dagvaarding krijgt uitgereikt waarvan hij als gevolg van zijn psychische stoornis de betekenis niet begrijpt".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171, en de alinea staat in dat document op bytes 17453 tot 18163.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171 | shasum -a 256