Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2064.
3. de verdachte is wél voorzien van rechtskundige bijstand, maar de advocaat doet geen beroep op art. 16 Sv of op art. 509a Sv. Vervolgens wordt na de eerste instantie - én na het verlopen van de appeltermijn - aangevoerd dat verdachte vanwege een geestesstoornis niet in staat is geweest de strekking van de vervolging te begrijpen of om zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Gelet op de bedoeling van de wetgever zal in dergelijke gevallen waarin de situatie waarin verdachte verkeerde voor de advocaat kenbaar was, deze van de hem wettelijk geboden wegen gebruik moeten maken. Verzuimt de advocaat dit dan geldt de normale rechtsmiddelenregeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171, en de alinea staat in dat document op bytes 22719 tot 23385.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171 | shasum -a 256