Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2064.
3.12. Overigens ben ik van mening dat de wijze waarop de stellers van het middel de regeling van de uitdrukkelijke machtiging van artikel 450 Sv willen toepassen niet tot voordeel van de verdachte strekt, terwijl die regeling juist wel ten gunste van de verdachte behoort te worden toegepast(17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171, en de alinea staat in dat document op bytes 24440 tot 24750.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/48788decf55b0326e240ade1a485cd3ac351658c06429227ecfccd10052ca171 | shasum -a 256