Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001
Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2149.
3.19 De onder 3.17.2 c, d en e genoemde omstandigheden komen er ieder voor zich en a fortiori in onderlinge samenhang op neer dat de kans op schade als de onderhavige zeer gering was. Klaarblijkelijk heeft het Hof daarom geoordeeld dat de loods voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen. Op zich is dat oordeel, dat nauw verweven is met waarderingen van feitelijke aard, zeker niet onbegrijpelijk. Het onderdeel geeft (dan ook) niet aan waarom deze motivering tekort zou schieten. Voorzover de motiveringsklacht al voldoet aan de eisen van artikel 407 lid 2 Rv., stuit zij hierop af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63d3e52e36b6285c952c62d6a91df43f68631976a74e93a0c828ec2d14a40a93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63d3e52e36b6285c952c62d6a91df43f68631976a74e93a0c828ec2d14a40a93, en de alinea staat in dat document op bytes 35049 tot 35683.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63d3e52e36b6285c952c62d6a91df43f68631976a74e93a0c828ec2d14a40a93 | shasum -a 256