Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001
Alinea 118 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2149.
3.30 Bij deze stand van zaken behoeft niet te worden ingegaan op 's Hofs, op de tenzij-clausule gebaseerde, obiter dictum. Een oordeel dat [verweerder] kennelijk - en zeker niet onbegrijpelijk - voor betwisting vatbaar acht. Immers wordt dienaangaande opgemerkt dat de overweging "wat er verder ook - feitelijk en rechtens - (van) zij" door haar wordt onderschreven. De geciteerde passage spreekt voor zich.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63d3e52e36b6285c952c62d6a91df43f68631976a74e93a0c828ec2d14a40a93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63d3e52e36b6285c952c62d6a91df43f68631976a74e93a0c828ec2d14a40a93, en de alinea staat in dat document op bytes 41176 tot 41596.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63d3e52e36b6285c952c62d6a91df43f68631976a74e93a0c828ec2d14a40a93 | shasum -a 256