Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2174.

Ik zou menen dat de uitspraak geen verandering behoeft te brengen in de tot dusverre ontwikkelde jurisprudentie van de Hoge Raad op art. 223 lid 5 Rv. Dat geldt in het bijzonder ook voor HR 20 september 1996 (Upjohn/Van O.), NJ 1997, 328 m.nt. G.R. Rutgers, waarin het niet nodig geacht wordt "dat de deskundigen in beginsel gehouden zijn tot het honoreren van elk in enige fase van het onderzoek door een der partijen gedaan verzoek om in de gelegenheid te worden gesteld van de voorlopige bevindingen van de deskundigen kennis te nemen en daarop commentaar te leveren."(....). Het gaat het Hof om een beoordeling van de procedure "as a whole". (...). Men zou ten aanzien van de onderhavige zaak voorts kunnen zeggen dat er tijdens het deskundigenonderzoek onvoldoende "equality of arms" van partijen bestond en dat die ook onvoldoende werd gecompenseerd door de gang van zaken tijdens de vervolgprocedure.(...)".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cd7e3701897efc25586167cbfedccebf494778d0b52d34a08b925b973bd1406. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cd7e3701897efc25586167cbfedccebf494778d0b52d34a08b925b973bd1406, en de alinea staat in dat document op bytes 25409 tot 26336.