Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2001

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2176.

"De surséance van betaling is aangevraagd zonder dat daarvoor op dat moment klemmende redenen, bijvoorbeeld een dreigend faillissement of anderszins een zeer nijpende situatie, bestonden. Dat dit anders zou zijn is door verweersters onvoldoende aannemelijk gemaakt. Voorafgaand overleg met de bonden en de Ondernemingsraad was zonder meer mogelijk geweest en had in de gegeven omstandigheden ook voor de hand gelegen. In dit verband zij gewezen op het verslag van de bewindvoerders waarin (ook) zij de nodige kanttekeningen plaatsen bij het moment waarop de aanvraag tot surséance is gedaan, dit mede gelet op de voorspelbare - en later feitelijk ook ingetreden - onrust onder staf en personeel en de daaruit ontstane risico's voor de afbouw van <<de 275>>. Veelzeggend is ook dat, zoals de bewindvoerders eveneens in hun verslag vermelden, één van de - niet in het verzoekschrift aan de Rechtbank opgenomen - redenen van verweersters om surséance van betaling aan te vragen is geweest <<de overweging dat YVC Holding B.V. door een surséance van betaling, eventueel gevolgd door een faillissement hoge afvloeiingskosten hoopte te kunnen vermijden>>."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37d841621784c78936187d670de24c179bcdb5e338f6e328a0744d352b3c6cbb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37d841621784c78936187d670de24c179bcdb5e338f6e328a0744d352b3c6cbb, en de alinea staat in dat document op bytes 16634 tot 17860.