Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2178.

2.18 M.i. heeft [eiseres] aldus voldoende gesteld in de zin van art. 3:303 BW. Ik betrek daarbij de opvatting dat niet al te snel mag worden geconcludeerd tot het ontbreken van belang. Zo merkt Ras(18) in zijn noot onder HR 17 september 1993, NJ 1994, 118 het volgende op:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87fd81b67e6cc7e70e3d2954a5698b0a1d3704ef10ebe6b79cab18f5410b361f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87fd81b67e6cc7e70e3d2954a5698b0a1d3704ef10ebe6b79cab18f5410b361f, en de alinea staat in dat document op bytes 19782 tot 20067.