Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2001

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2238.

2.6. De rode draad in het cassatiemiddel is de opvatting van Ortho, dat de regels van art. 4 onder 6a en 6b BMW, hoewel geschreven voor de beoordeling of de deposant te kwader trouw is, mede bepalend behoren te zijn voor het antwoord op de vraag of de voorgebruiker te goeder trouw is (s.t. 3.6-3.7). Ortho gebruikt de regels, neergelegd in art. 4, onder 6a en 6b, als het ware in spiegelbeeld. Zij acht een voorgebruiker slechts in de volgende gevallen niet te goeder trouw (s.t. 3.15, verkort weergegeven):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93d80bd63efb6f687ce6e7943d697aa11c41f44547b1f34f038a4dcdcf484b88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93d80bd63efb6f687ce6e7943d697aa11c41f44547b1f34f038a4dcdcf484b88, en de alinea staat in dat document op bytes 17817 tot 18338.