Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2247.

32. Evenmin kan daar naar mijn oordeel aan afdoen dat, zoals de steller van het middel opmerkt, aannemelijk is dat de verdachten, door gedurende lange tijd niet te voldoen aan de uit de Boswet voortvloeiende verplichtingen, zich een voordeel hebben kunnen verwerven dat branchegenoten die zich wèl aan die verplichtingen hielden kan zijn ontgaan. In de vaststelling dat de nalatigheid ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde percelen inmiddels meer dan volledig door de verdachten is gecompenseerd kan besloten worden geacht dat die ten opzichte van de concurrentie oneerlijke bevoordeling inmiddels, zo zij niet geheel is verdwenen, aanmerkelijk minder groot is geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f6097e038de9b37163475ed919daf5924c1a4c9c650687079518f6fdf54a794. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f6097e038de9b37163475ed919daf5924c1a4c9c650687079518f6fdf54a794, en de alinea staat in dat document op bytes 38473 tot 39169.