Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2248.

5. Hier wordt een leemte in de wettelijke bepalingen zichtbaar. Er zijn voorzieningen voor het omgekeerde geval. Indien (nadat een aanvankelijke veroordeling is vernietigd) de uitspraak waarin besloten ligt dat de vereiste veroordeling niet alsnog wordt bereikt onherroepelijk wordt, vervalt een reeds opgelegde ontnemingsmaatregel van rechtswege, art. 511i Sv. Indien (na een behandeling in hoger beroep of na verwijzing door de Hoge Raad) weliswaar een veroordeling blijft bestaan, maar ter zake van minder feiten dan is aangenomen in een reeds onherroepelijk geworden ontnemingsuitspraak, verschaffen de art. 557, vierde lid, Sv en 577b Sv mogelijkheden om de ontnemingsmaatregel in overeenstemming te brengen met de veroordeling in de strafzaak zoals die uiteindelijk kracht van gewijsde krijgt. Naar luid van art. 557 lid 4 Sv kan een ontnemingsmaatregel immers pas ten uitvoer worden gelegd nadat de veroordeling in de strafzaak onherroepelijk is geworden, terwijl op grond van art. 577b, leden 2 tot en met 8 kan worden verzocht of gevorderd dat de rechter het aan de Staat te betalen bedrag zal verminderen of kwijt zal schelden (eventueel teruggave zal gelasten voor zover reeds mocht zijn betaald of verhaal is genomen), en op grond van art. 577b lid 1 in verband met de art 575 en 576 Sv desnoods verzet kan worden gedaan tegen het verhaal op goederen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a6a5ccd0c7033aefa066d0ad5bcdf0fe5fb73fd1a520d11b9581f0a08f9924f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a6a5ccd0c7033aefa066d0ad5bcdf0fe5fb73fd1a520d11b9581f0a08f9924f, en de alinea staat in dat document op bytes 6501 tot 7877.