Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Alinea 100 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.

5.9 Maar voor de bepaling van de enkelvoudige belastingschuld mag met zijn zwijgen mijns inziens wél rekening gehouden worden (door omkering van de bewijslast). Bij de bepaling van de belastingschuld gaat het immers niet om de belanghebbende als verdachte of als accused, maar om de belastingplichtige burger. Een tweede beperking van de reikwijdte van het zwijgrecht is dan ook gelegen in de omstandigheid dat het betrekking heeft op de determination of a criminal charge, dus op de boete-opleggingsprocedure, niet op de kale belastingprocedure, waarop art. 6 EVRM en art. 29 Sv. immers niet van toepassing zijn, art. 6 EVRM ook niet uit hoofde van de categorie determination of civil rights and obligations. Het zwijgrecht in straf(achtige)zaken geldt niet als de inlichtingen, de inzage of de medewerking gevorderd worden ten behoeve van de belastingheffing of -inning. Aldus is nationaalrechtelijk inmiddels expliciet bepaald in art. 67j, laatste zinsnede, AWR. Deze beperking heeft als achtergrond de opvatting dat het niet aangaat dat een verdachte belastingplichtige beter af zou zijn dan een onverdachte belastingplichtige,(13) welke laatste immers wél moet meewerken en bij niet-medewerking bedreigd wordt met sancties zoals omkering van de bewijslast en strafvervolging ex art. 69 AWR.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 45584 tot 46895.