Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.

5.13 Toch heeft het zwijgrecht nog wel enige betekenis. Weliswaar kan de belanghebbende niet sanctieloos weigeren op redelijke wijze mee te werken aan verzameling van bewijs dat ook los van zijn wil bestaat (dat zonder verhoor(achtige) toestanden verzameld kan worden), en weliswaar kan hij evenmin sanctieloos weigeren als het verhoor geen verhoor is maar een vraag om inlichtingen ten behoeve van de belastingheffing en -inning, maar de aldus onder dwang (dreiging van sancties) verkregen verklaringen mogen niet gebruikt worden ten behoeve van boete-oplegging of strafvervolging indien daardoor een fair hearing in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM onmogelijk gemaakt wordt. U zie het genoemde Saunders-arrest:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 49595 tot 50323.