Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Alinea 114 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2314.

5.14 Hieruit volgt mijns inziens ook dat de sancties op niet-medewerking (zoals omkering van de bewijslast) niet toegepast mogen worden voor zover de medewerking gevorderd werd met het oog niet op de belastingheffing, maar op de bewijsvergaring ten behoeve van beboeting of strafvervolging van de gevorderde, dus in feite met détournement de pouvoir. Dat bleek overigens al uit het arrest van het EHRM van 25 februari 1993, Funke v. Frankrijk, BNB 1993/350 m.nt. Wattel, NJ 1993, 485 m.nt. Kn. Die zaak betrof een veroordeling van een belastingplichtige wegens het niet desgevorderd produceren van bescheiden ter zake van buitenlandse bankrekeningen (van het illegaal aanhouden waarvan hij verdacht werd). Het Hof oordeelde:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff35c35b4928a6720543f101f2728a6517bbd8b5f540a4906df2d0985490125, en de alinea staat in dat document op bytes 53221 tot 53959.